Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 april 2005
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 15 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS5238.
Als ik aan gedaagde zijde moest optreden, had ik hier ook mee te maken. Ik kon, na het gemotiveerde primaire verweer dat de vordering nergens op sloeg, een algemeen c.q. notoir te ruim petitum (zonder subsidiaire varianten) dus niet pareren met de stelling dát het te ruim was, en dat dáárom een totale afwijzing zou moeten volgen. De advocaat aan gedaagde zijde wordt dus wél in de positie gedrongen daartoe subsidiaire en meer subsidiaire alternatieven aan te dragen. Hoewel dat kan helpen om de onverhoopte schade te beperken, komt het over als een zwaktebod van de gedaagde. In het strategisch verdedigingsbeleid is het een moeilijke afweging wél of niet met zulke subsidiaire verweren te komen. Bepaald géén comfortabele positie aan gedaagde zijde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/80bdf178f079a10b01c1e460e5578a1df89c2d1340a6ddf9f90d97011b7ddddb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 80bdf178f079a10b01c1e460e5578a1df89c2d1340a6ddf9f90d97011b7ddddb, en de alinea staat in dat document op bytes 52595 tot 53369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/80bdf178f079a10b01c1e460e5578a1df89c2d1340a6ddf9f90d97011b7ddddb | shasum -a 256