Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS5435.

12. De Hullu, Materieel strafrecht, 2e, 2003, p. 98 wijst erop dat bij technische ordeningsdelicten het EHRM een grotere mate van vaagheid accepteert dan wanneer de voorschriften voor eenieder gelden. Mijn ambtsgenoot Machielse stelt (onder verwijzing naar Groenhuijsen en Kristen, Het Bestimmtheitsgebot bepaald, DD 2001, p. 340) in zijn op 23 november jongstleden genomen conclusie inzake 01142/04 E dat van personen die een beroepsmatige activiteit uitoefenen en tot wie de wetgever zich juist in hun hoedanigheid heeft gewend, mag worden verwacht dat zij bijzondere zorgvuldigheid betrachten en eventueel nader advies inwinnen. Hij voegt daar terecht aan toe dat aan de eis van art. 7, eerste lid, EVRM is voldaan wanneer de technische, voor de specialist bestemde regel in de daarbij gegeven toelichting nader wordt gepreciseerd. Ook in die zaak ging het om koelmiddelverlies, variërend van 16% in het jaar 2000 tot 113% in het jaar 1997.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dca7a94c39df0425b16db3b73a283aa9cb5a341c82b2c0b5f2472fd3d5406be0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dca7a94c39df0425b16db3b73a283aa9cb5a341c82b2c0b5f2472fd3d5406be0, en de alinea staat in dat document op bytes 31822 tot 32779.