Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS5843.
Voorts blijkt uit een aantal zich in het dossier bevindende tapgesprekken en opgenomen vertrouwelijke gesprekken dat tussen verdachte en zijn medeverdachten met regelmaat werd gesproken over wapens en de daarvoor benodigde munitie. Zo zegt verdachte in een opgenomen gesprek van 14 maart 2001 tussen verdachte en [medeverdachte 3], gevoerd in personenauto [AA-00-AA], tegen [medeverdachte 3] dat hij een Mac 11, een shotgun en een 357 heeft. In een opgenomen gesprek tussen verdachte en [betrokkene 3] d.d. 22 mei 2001 gevoerd in diezelfde auto zegt verdachte tegen [betrokkene 3]; "Ik neem er denk ik ook "een" mee voor[]dat ik voor iets raars kom te staan. Dan zal ik hem voor zijn kut knallen"..."Ik heb een mooie nu. Zo[']n 357".... "Dat is een zware met die Hollowpoints er in". "Ik loop voortaan continu met zo'n ding rond". Ook voorafgaande aan 7 juni 2001, de dag waarop verdachte een wapen aan de twee Turkse mannen genaamd [betrokkene 5 en 6] heeft getoond, is tussen verdachte en zijn mededaders gesproken over wapens. In een opgenomen gesprek d.d. 4 juni 2001 tussen [medeverdachte 4] en [verdachte] gevoerd in de meergenoemde personenauto zegt [medeverdachte 4] tegen verdachte: "en dan ik zeg ik ga jou belle...voor dinges... die eeh.. geweer. Heb jij niet meer?" [Medeverdachte 4] verklaart hierover op 7 juni 2001 tegenover de politie dat het de bedoeling was dat aan [betrokkene 6] en een andere man een wapen zou worden verkocht en dat hij daartoe aan verdachte had gevraagd of hij aan hem een wapen kon leveren. Hij verklaart voorts dat beide Turkse mannen op 7 juni 2001 naar de woning van verdachte zijn gegaan en dat verdachte daar een wapen aan hen heeft getoond. De verklaring van [medeverdachte 4] wordt bevestigd door de verklaringen die bedoelde Turkse mannen, genaamd [betrokkene 5 en 6], op 9 juni 2001 bij de politie hebben afgelegd. Laatstgenoemde verklaringen houden -kort gezegd- in dat zij een wapen zochten, dat zij daartoe [medeverdachte 4] hebben benaderd en dat zij vervolgens op 7 juni 2001 in Den Bosch in de woning van een Nederlandse man zijn geweest, alwaar die man (lang, breed postuur en kaal) hen een wapen heeft getoond. Het hof stelt vast dat daar waar blijkens het dossier door verdachte en zijn mededaders werd gesproken over wapens en munitie, nooit door een van de betrokkenen gewag is gemaakt van het feit dat het zou gaan om een replica of replica's van een vuurwapen of vuurwapens. [Betrokkene 5] heeft in dat verband op 9 juni 2001 bij de politie verklaard dat het wapen dat door de verdachte aan hem werd getoond een echt wapen was. [Betrokkene 6] heeft op diezelfde datum eveneens verklaard dat verdachte hem een wapen toonde, één waarvan hij schrok. Niet valt in te zien waarom [betrokkene 5 en 6] bij de politie zouden hebben verzwegen dat verdachte hen een replica van een vuurwapen had getoond. Daarbij neemt het hof tevens in aanmerking dat uit beider verklaringen blijkt dat zij vanuit hun militaire diensttijd verstand hadden van wapens (waarbij voor [betrokkene 6] geldt dat hij bij een op wapens gespecialiseerde eenheid heeft gezeten) en dat zij derhalve in staat moeten worden geacht een echt wapen van een replica te onderscheiden. Op grond van het voorgaande acht het hof bewezen dat verdachte een vuurwapen van de categorie II of III voorhanden heeft gehad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/120980ffc044888c66451d52639f156405b985aca23685945236c4c4c3ab2817. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 120980ffc044888c66451d52639f156405b985aca23685945236c4c4c3ab2817, en de alinea staat in dat document op bytes 28473 tot 31817.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/120980ffc044888c66451d52639f156405b985aca23685945236c4c4c3ab2817 | shasum -a 256