Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2005
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS5881.
22. In die gevallen dringt zich de vraag op wat het gevolg voor de strafoplegging moet zijn van een (sterk) verminderde toerekenbaarheid van het feit. Velen voor mij hebben zich over deze vraag gebogen. Met name Hofstee en Leijten hebben scherp stelling genomen tegen de opvatting dat andere functies van strafoplegging kunnen rechtvaardigen dat een hogere straf wordt opgelegd dan de mate van verwijtbaarheid toestaat.(11) Ik citeer Leijten in zijn conclusie voor HR 4 juni 1985, NJ 1986, 95, waarin de Hoge Raad nogmaals bevestigde dat de stelling dat geen straf mag worden opgelegd die zwaarder is dan door de schuld van de dader wordt gerechtvaardigd, geen steun vindt in het recht:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e71c4d23119cb240d70992b142d1f50cfce4d3100a48814a0e32ad33da618498. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e71c4d23119cb240d70992b142d1f50cfce4d3100a48814a0e32ad33da618498, en de alinea staat in dat document op bytes 18639 tot 19338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e71c4d23119cb240d70992b142d1f50cfce4d3100a48814a0e32ad33da618498 | shasum -a 256