Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS5956.
2.5 Dat betoog faalt. Zoals ik onder 2.2.b. hierboven heb weergegeven, heeft de Hoge Raad de regel geformuleerd(5) dat bij het beantwoorden van de voor het beroep op de uitzondering beslissende vraag in de regel de situatie waarin de gerechtigde verkeert op het moment vóór de beëindiging van de bijdrage tot levensonderhoud moet worden vergeleken met die waarin hij of zij als gevolg van de beëindiging zal komen te verkeren. Niet het moment van de uitspraak, maar dat van de beëindiging is dus beslissend. Nu het hof in het onderhavige geval de onderhoudsverplichting met terugwerkende kracht per 1 maart 2000 heeft beëindigd - over de datum wordt in cassatie niet geklaagd -, heeft het voor de vraag of die beëindiging voor de vrouw naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zo ingrijpend was dat dat van haar niet kon worden gevergd, terecht de situatie vanaf 1 maart 2000 als uitgangspunt genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b13d98cce5d456ab5532e32c59321bd1b632a07f37f4fcb1f0c399a43153f7e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b13d98cce5d456ab5532e32c59321bd1b632a07f37f4fcb1f0c399a43153f7e2, en de alinea staat in dat document op bytes 15656 tot 16585.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b13d98cce5d456ab5532e32c59321bd1b632a07f37f4fcb1f0c399a43153f7e2 | shasum -a 256