Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS5956.
2.8 Ik acht deze redenering van het hof - in het licht van de gedingstukken - noch onvoldoende gemotiveerd, noch onbegrijpelijk. Het hof heeft in zijn bestreden oordeel de intentie gehad de omstandigheid mee te wegen dat de vrouw in de periode vanaf februari 2000 tot april 2003 (volgens de beschikking tot september 2002) al dan niet een (relatief onbetekenende) inkomensachteruitgang heeft ondervonden als gevolg van het beëindigen van de alimentatieverplichting. Het hof heeft hiertoe getracht te achterhalen hoe de vrouw in die periode in de kosten van haar levensonderhoud heeft voorzien. De vrouw heeft daarin evenwel, naar het oordeel van het hof, niet op adequate wijze inzicht gegeven. Dat oordeel is van feitelijke aard en in cassatie niet toetsbaar. Uitgaande van die feitelijke vaststelling is het niet onbegrijpelijk dat het hof vervolgens heeft overwogen dat het niet heeft kunnen beoordelen of beëindiging van de onderhoudsverplichting voor de vrouw geen of slechts een relatief onbetekende terugval in inkomsten ten gevolge heeft gehad. Op deze begrijpelijkheid van het bestreden oordeel van het hof stuit het subsidiaire cassatiemiddel af. Ook het meer subsidiaire middel wordt mijns inziens tevergeefs opgeworpen. Voor het antwoord op de vraag of de vrouw na vijftien jaar nog aanspraak heeft op een alimentatieuitkering van de man, dient de rechter volgens de rechtspraak van de Hoge Raad kenbaar een aantal omstandigheden te wegen. Aan zo'n weging van omstandigheden kon de rechter in het onderhavige geval niet toekomen, nu de vrouw er niet aan heeft meegewerkt over een van die omstandigheden (de relatieve mate van inkomensachteruitgang als gevolg van de beëindiging van de onderhoudsverplichting) duidelijkheid te verschaffen. Dit maakt het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk dat niet aannemelijk is geworden dat beëindiging van de onderhoudsverplichting van zo ingrijpende aard is dat deze naar de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid niet van de vrouw kan worden gevergd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b13d98cce5d456ab5532e32c59321bd1b632a07f37f4fcb1f0c399a43153f7e2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b13d98cce5d456ab5532e32c59321bd1b632a07f37f4fcb1f0c399a43153f7e2, en de alinea staat in dat document op bytes 18600 tot 20629.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b13d98cce5d456ab5532e32c59321bd1b632a07f37f4fcb1f0c399a43153f7e2 | shasum -a 256