Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005
Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6006.
3.53.1 Voor de opvatting dat het aankomt op de bekendheid van in casu het ziekenfonds pleit, naast het onder 3.51 reeds besproken argument, dat in de meeste gevallen waarin een beroep op verjaring zou kunnen worden gedaan, naar ik aanneem, voor de laedens wel duidelijk zal zijn dat hij aansprakelijk is.(48) In dergelijke gevallen speelt niet het argument ten gunste van verjaring dat de laedens eerst na geruime tijd wordt geconfronteerd met vorderingen met alle daaraan verbonden in het oog springende nadelen zoals het niet meer voorhanden zijn van relevante gegevens.(49)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e806dfb4d4b1531b5601ed3e36e080cdbd5ab764ed4f287d79c434d8e022418d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e806dfb4d4b1531b5601ed3e36e080cdbd5ab764ed4f287d79c434d8e022418d, en de alinea staat in dat document op bytes 49467 tot 50056.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e806dfb4d4b1531b5601ed3e36e080cdbd5ab764ed4f287d79c434d8e022418d | shasum -a 256