Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6006.

3.60 Bezien wij alle argumenten pro en contra dan lijkt mij het meeste te zeggen voor de opvatting dat het aankomt op de bekendheid van het slachtoffer. Deze opvatting brengt, zoals de wetgever klaarblijkelijk ook voor ogen heeft gestaan, zoveel mogelijk eenheid in de verhaalsrechten en past het beste bij het civiele plafond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e806dfb4d4b1531b5601ed3e36e080cdbd5ab764ed4f287d79c434d8e022418d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e806dfb4d4b1531b5601ed3e36e080cdbd5ab764ed4f287d79c434d8e022418d, en de alinea staat in dat document op bytes 56500 tot 56841.