Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Alinea 209 Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6006.

53 Zie over het juridisch verschil tussen beide verhaalsrechten W.H. van Boom en H.M. Storm, A&V 1995 blz. 149 e.v.; A.J. Akkermans, TVP 1998 blz. 35 - 37 en W.H. van Boom, in W.H. van Boom, T. Hartlief en J. Spier, Regresrechten blz. 99 e.v. en in verhaalsrechten van verzekeraars en risicodragers blz. 95. Koopmann vraagt zich in haar bewerking in Vermogensrecht art. 310 aant. 2.1 af of het bij verhaal van de krachtens art. 284 K. gesubrogeerde wel aankomt op de bekendheid van de benadeelde zelf en niet op die van de gesubrogeerde; zij ziet er, in haar op een analogie met het vervoerrecht gebaseerde, gedachte m.i. aan voorbij dat in de door haar genoemde bepalingen sprake is van aanzienlijk kortere termijnen dan de termijnen van art. 3:310 BW. Zie over de omvang van het verhaal krachtens art. 284 K voorts Asser-Clausing-Wansink nr 323.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e806dfb4d4b1531b5601ed3e36e080cdbd5ab764ed4f287d79c434d8e022418d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e806dfb4d4b1531b5601ed3e36e080cdbd5ab764ed4f287d79c434d8e022418d, en de alinea staat in dat document op bytes 71593 tot 72457.