Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6009.
11. Dit brengt mij op de vraag hoe de houding van de verdediging in de onderhavige zaak moet worden geduid. In de aan het Hof overgelegde pleitnotitie is aangevoerd dat de getuigen na aankomst in het asielzoekerscentrum met de noorderzon zijn vertrokken. Deze stelling vindt bevestiging in bewijsmiddel 7, een proces-verbaal van de KMar van 11 juni 2003, dat onder meer inhoudt dat navraag bij het AZC Zevenaar heeft geleerd dat de "gesluisde" Chinezen met onbekende bestemming zijn vertrokken. Dat zou er op kunnen wijzen dat de verdediging op grond van dit gegeven ervan is uitgegaan dat een verzoek tot oproeping van de getuigen nutteloos was, omdat zij toch onvindbaar zouden blijken. Zou dat zo zijn, dan zou er wat voor te zeggen zijn het onderhavige geval gelijk te stellen aan een geval waarin de verdachte niet in de gelegenheid is geweest zijn recht op het ondervragen van de getuigen uit te oefenen.(5)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3563f1fbac064c96aa9e11ac8876e0322586d6eeede3007c9503e3ba3b87ad62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3563f1fbac064c96aa9e11ac8876e0322586d6eeede3007c9503e3ba3b87ad62, en de alinea staat in dat document op bytes 15908 tot 16834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3563f1fbac064c96aa9e11ac8876e0322586d6eeede3007c9503e3ba3b87ad62 | shasum -a 256