Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6009.
13. Gelet op het - anders dan in de zaak Saidi(7) - in ieder stadium van de procedure ontbreken van het verzoek tot het doen horen van de getuigen en op hetgeen bij pleidooi is betoogd ben ik van oordeel, dat het Hof met het oog op verdachtes recht gelegenheid te krijgen getuigen te ondervragen de getuigen niet had behoeven op te roepen en wel omdat het Hof, zoals het kennelijk heeft gedaan, er van heeft mogen uitgaan dat de verdachte afzag van het horen van deze getuigen.(8) Daarom kan er niet van worden uitgegaan dat de verdachte geen gelegenheid heeft gehad zijn recht tot het ondervragen van de getuigen te benutten en behoeft de inhoud van bedoelde getuigenverklaringen geen steun te vinden in ander bewijsmateriaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3563f1fbac064c96aa9e11ac8876e0322586d6eeede3007c9503e3ba3b87ad62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3563f1fbac064c96aa9e11ac8876e0322586d6eeede3007c9503e3ba3b87ad62, en de alinea staat in dat document op bytes 18716 tot 19456.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3563f1fbac064c96aa9e11ac8876e0322586d6eeede3007c9503e3ba3b87ad62 | shasum -a 256