Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6009.

3. De eerste klacht van het middel betreft de verklaringen van de getuigen [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4]. Voor het Hof is het verweer gevoerd dat noch uit de verklaring van de verdachte noch uit de verklaringen van deze getuigen kon worden afgeleid dat verdachte uit winstbejag heeft gehandeld. In dit kader is aangevoerd dat zo het Hof zou oordelen dat uit de verklaringen van de getuigen wel kon worden afgeleid dat de verdachte uit winstbejag had gehandeld, het Hof de verklaringen van deze getuigen niet voor het bewijs mocht gebruiken, nu de verdediging in geen enkel stadium van de procedure in staat is geweest deze getuigen te horen en hun belastende verklaringen inzake het bij verdachte aanwezige winstbejag niet in voldoende mate steun vinden in de overige bewijsmiddelen. Het middel betoogt dat het Hof aan dat laatste ten onrechte voorbij is gegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3563f1fbac064c96aa9e11ac8876e0322586d6eeede3007c9503e3ba3b87ad62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3563f1fbac064c96aa9e11ac8876e0322586d6eeede3007c9503e3ba3b87ad62, en de alinea staat in dat document op bytes 5728 tot 6638.