Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6095.
12. Het voorgaande geldt in beginsel evenzeer voor de gemotiveerde weerlegging van bewijsverweren waarvan weerlegging ingevolge de huidige rechtspraak wordt vereist. Ten aanzien van die verweren verdient het de voorkeur dat een beslissing daaromtrent reeds in het verkorte vonnis of arrest wordt opgenomen. De verdediging wordt zodoende in staat gesteld op inhoudelijke gronden te beoordelen of het instellen van een rechtsmiddel zinnig is. Anderzijds houden bewijsverweren zozeer verband met de bewijsvoering in engere zin, dat redelijke uitleg van het voorschrift dat het verkorte vonnis of arrest wordt aangevuld met de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, eerste lid en de redengevende feiten als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv meebrengt dat nadere overwegingen omtrent het bewijs ook voor het eerst kunnen worden opgenomen in de aanvulling op het verkorte vonnis of arrest (cf. HR 18 april 2000, NJ 2001, 352). Een in het verkorte vonnis of arrest opgenomen bewijsoverweging mag in de aanvulling worden verbeterd of aangevuld (HR 16 maart 1999, NJ 1999, 387 en HR 24 september 2002, NJ 2002, 629).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd59d72db54c8ef57bc51b62225f5ab1eb1260f2a03c8cd012dacc3b7f944006. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd59d72db54c8ef57bc51b62225f5ab1eb1260f2a03c8cd012dacc3b7f944006, en de alinea staat in dat document op bytes 8104 tot 9227.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd59d72db54c8ef57bc51b62225f5ab1eb1260f2a03c8cd012dacc3b7f944006 | shasum -a 256