Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6095.
19. Uw Raad wil in een dergelijk geval cassatie en terug- of verwijzing wel achterwege laten als het verweer hoe dan ook verworpen had moeten worden.(1) Dat kan indien de stukken van het geding aangeven dat de feitenrechter, naar wie de zaak eventueel verwezen wordt, toch niet tot een ander oordeel zal kunnen komen dan dat van de Hoge Raad die van die stukken kennisneemt. Indien echter de onderbouwing van een verweer wel erg feitelijk is en niet van iedere aannemelijkheid gespeend, lijkt het mij niet dat de Hoge Raad zijn oordeel voor dat van de feitenrechter in de plaats kan stellen. In casu heeft het hof overwogen dat er geen controleerbare feiten aangevoerd zijn ter onderbouwing van het verweer van vrijwillig terugtreden. Dat wil echter - in abstracto - nog niet zeggen dat die feiten niet aannemelijk zouden kunnen zijn. Ook feiten die oncontroleerbaar zijn, kunnen nog wel waar zijn. En dan is er ook nog `the benefit of the doubt'. Kortom: naar mijn mening kan de Hoge Raad de zaak niet zelf afdoen en moet de feitenrechter er aan te pas komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd59d72db54c8ef57bc51b62225f5ab1eb1260f2a03c8cd012dacc3b7f944006. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd59d72db54c8ef57bc51b62225f5ab1eb1260f2a03c8cd012dacc3b7f944006, en de alinea staat in dat document op bytes 11390 tot 12463.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd59d72db54c8ef57bc51b62225f5ab1eb1260f2a03c8cd012dacc3b7f944006 | shasum -a 256