Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6926.

19 Zou een opsporings- en vervolgingsbelang nimmer een inbreuk kunnen rechtvaardigen, dan had het EHRM in de zaken Roemen en Schmit/Luxemburg en Ernst e.a./België zich de moeite van een belangenafweging kunnen besparen. In die zaken ging het immers om huiszoekingen in het kader van een onderzoek naar feiten die reeds hadden plaatsgevonden. Beide uitspraken maken duidelijk dat de grens tussen het opsporen van misdrijven en het voorkomen van misdrijven in het kader van art. 10 lid 2 EVRM niet gemakkelijk te trekken is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534, en de alinea staat in dat document op bytes 58534 tot 59070.