Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6926.

2.5. Een vergelijkbare overweging volgde in EHRM 15 juli 2003 in de zaak Ernst e.a./België(11). In die zaak ging het om doorzoekingen gevolgd door inbeslagneming van documenten en computerbestanden bij vier journalisten en hun redactie, in verband met een strafrechtelijk onderzoek naar schending van beroepsgeheimen. De betrokken journalisten en redacties waren niet als verdachten aangemerkt. Evenals in de zaak Roemen en Schmit/Luxemburg viel de toetsing door het EHRM van het met de doorzoeking gemoeide belang aan de maatstaven van het Goodwin-arrest in het voordeel van de journalisten uit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534, en de alinea staat in dat document op bytes 18924 tot 19534.