Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6926.
2.8. In de zaak die leidde tot HR 9 november 1999, NJ 2000, 461 m.nt. 't H, waren ten behoeve van een strafrechtelijk onderzoek enkele door journalisten gemaakte foto's en video-opnamen van in het openbaar plaatsgevonden hebbende ongeregeldheden in beslag genomen. De rechtbank had het klaagschrift gedeeltelijk gegrond bevonden. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de klagers en honoreerde gedeeltelijk het cassatieberoep van de officier van justitie. De Hoge Raad stelde voorop dat het belang van de bescherming van de bron van de journalist hier niet in het geding was. Voor zover gesteld werd dat de persvrijheid in gevaar kan komen wanneer fotograferende of filmende journalisten door relschoppers worden beschouwd als een potentiële "verlengde arm" van de politie wanneer hun opnamen in beslag kunnen worden genomen en tot bewijs kunnen dienen, kan volgens de Hoge Raad hoogstens sprake zijn van een wel zeer indirecte inbreuk op het in art. 10 lid 1 EVRM beschermde recht. Mede om deze reden achtte de Hoge Raad de motiveringsklacht van de officier van justitie gegrond, waarbij de Hoge Raad signaleerde dat in het gegeven geval ervan moest worden uitgegaan dat geen ander bewijsmateriaal voorhanden was (rov. 4.7).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534, en de alinea staat in dat document op bytes 22298 tot 23543.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534 | shasum -a 256