Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6926.

2.9. HR 8 april 2003, NJ 2004, 188 m.nt. PMe, betrof de inbeslagneming van een aan het dagblad De Telegraaf toegestuurde zgn. zipschijf, waaruit de identiteit van de verzender - de bron aan wie geheimhouding was beloofd - kon worden afgeleid. De officier van justitie was in de gegevens op die schijf geïnteresseerd omdat deze opheldering zouden kunnen verschaffen in een onderzoek naar een ernstig geval van computervredebreuk. De rechtbank achtte het klaagschrift over de inbeslagneming gegrond. Op het cassatieberoep van de officier van justitie stelde de Hoge Raad voorop dat in een dergelijke zaak moet worden afgewogen of de inbreuk noodzakelijk is om het belang van de waarheidsvinding te dienen en dus of er geen andere, minder bezwarende wegen zijn te volgen waarlangs dit belang in voldoende mate kan worden gediend. Voorts zal in de afweging moeten worden betrokken of de inbreuk op het recht van vrije nieuwsgaring in redelijke verhouding staat tot het te dienen belang van de waarheidsvinding. Bij die laatste afweging zal het gewicht van de strafbare feiten waarnaar onderzoek wordt gedaan een rol spelen. De Hoge Raad verbond hieraan de gevolgtrekking dat het oordeel van de rechtbank, dat in beginsel het O.M. aannemelijk moet maken dat is voldaan aan het beginsel van subsidiariteit, niet getuigt van een verkeerde rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534, en de alinea staat in dat document op bytes 23563 tot 24925.