Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6926.

3.2. Dit standpunt van de Staat vindt onvoldoende steun in de wet of de rechtspraak. De veronderstelling dat voor journalistieke bronbescherming vereist is dat geheimhouding aan de informant is toegezegd verdraagt zich niet met de abstracte inschatting waarop de rechtspraak van het EHRM is gebouwd, namelijk dat informanten van de journalist zullen worden afgeschrikt wanneer zij niet op vertrouwelijkheid kunnen rekenen; in Straatsburgse terminologie het potentially chilling effect(15). Trouwens, ook in de Nederlandse rechtspraak over het verschoningsrecht van beroepsbeoefenaren is niet beslissend of de betrokken beroepsbeoefenaar aan de betrokken patiënt of cliënt geheimhouding heeft toegezegd: een algemeen rechtsbeginsel brengt mee dat bij zodanige vertrouwenspersonen het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen kan wenden(16).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534, en de alinea staat in dat document op bytes 27233 tot 28273.