Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6926.
3.6. Op zichzelf is juist dat het tweede lid van art. 10 EVRM spreekt over het voorkómen van strafbare feiten en niet het opsporen van strafbare feiten noemt. Dit neemt niet weg dat het opsporen van de dader(s) van een gepleegd strafbaar feit kan bijdragen tot het voorkomen van andere strafbare feiten(19). Het is evident dat het hof hierop het oog heeft gehad: in rov. 10.6 overweegt het hof dat door middel van de omstreden claimbrief de verantwoordelijkheid werd opgeëist voor een kort daarvoor gepleegde bomaanslag, de derde in een reeks van bomaanslagen. Het hof koppelt in het arrest de noodzaak om de daders van deze ernstige delicten op te sporen aan twee, volgens art. 10 lid 2 EVRM legitieme doelen, namelijk de bescherming van de openbare veiligheid en het voorkómen van strafbare feiten. Om deze reden gaat de klacht onder 16 (sub i) niet op. Ik sla de klachten onder 16 (sub ii), 17 en 18 even over. Zij kunnen tegelijk met de onderdelen 3 en 4 worden besproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534, en de alinea staat in dat document op bytes 30848 tot 31840.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534 | shasum -a 256