Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6926.

3.8. De onderdelen 3 en 4 zijn gericht tegen de rechtsoverwegingen 10.2 - 10.8, waarin het hof uiteenzet waarom de door de doorzoeking en inbeslagneming gemaakte inbreuk op een door art. 10 lid 1 EVRM beschermd recht van Ostade Blade gerechtvaardigd kan worden krachtens het tweede lid van dat artikel. De redengeving van het hof laat zich samenvatten als volgt. Het hof stelt allereerst vast dat de inbreuk bij de wet is voorzien (rov. 10.3). Deze vaststelling is in cassatie niet bestreden. Vervolgens overweegt het hof dat de inbreuk een legitiem doel diende, te weten de bescherming van de openbare veiligheid en het voorkomen van strafbare feiten (rov. 10.4). Daarmee stond het hof voor de vraag of de inbreuk noodzakelijk was in een democratische samenleving. Deze vraag heeft het hof bevestigend beantwoord in rov. 10.5 - 10.8, waarbij het hof achtereenvolgens de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit bespreekt. De klachten van onderdeel 1 onder 16 (sub ii), 17 en 18 betreffen dezelfde vereisten, maar dan toegespitst op de inbeslagneming van andere zaken dan (het origineel van) de claimbrief.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534, en de alinea staat in dat document op bytes 32834 tot 33962.