Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6926.

3.13. In de vierde alinea van onderdeel 4 wordt geklaagd over de overweging dat van het overige in beslag genomen materiaal niet kan worden gezegd dat op 3 mei 1996 reeds voor de rechter-commissaris duidelijk had moeten zijn dat inbeslagneming daarvan onnodig was. In het middelonderdeel wordt betoogd dat de opvatting van de rechter-commissaris in deze irrelevant is, nu een doorzoeking bij journalisten steeds een inbreuk op het recht van bronbescherming betekent en het in beslag nemen van bij die doorzoeking aangetroffen bescheiden zonder dringende noodzaak steeds disproportioneel is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fd9bee70cdcb10a9bedf7c447f8183d5235f92092b9b8f1099eb4df19f71534, en de alinea staat in dat document op bytes 37893 tot 38497.