Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS7054.
14. Het recht op toegang tot de rechter is niet absoluut. In het onderhavige geval voorziet weliswaar de wet in een beperking, maar de grond voor die beperking kan niet worden gevonden in de bescherming van de rechten en vrijheden van de moeder en/of [het kind]. Of deze rechten en vrijheden zich verzetten tegen toewijzing van het subsidiaire verzoek van de vader is een kwestie die aan de orde behoort te komen bij de beoordeling van de vraag of op de door de vader aan art. 8 lid 1 EVRM ontleende aanspraak op bescherming van zijn recht op "the exercise of parental rights" een inbreuk gerechtvaardigd is op grond van het bepaalde in art. 8 lid 2 EVRM, doch vormt geen gegronde reden om de vader de toegang tot de rechter te ontzeggen om nu juist die vraag beoordeeld te zien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb3bcbde58779cc4b77fde3ce9108add11f1d76d472ed87d48930c219e35c1bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb3bcbde58779cc4b77fde3ce9108add11f1d76d472ed87d48930c219e35c1bc, en de alinea staat in dat document op bytes 11808 tot 12600.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb3bcbde58779cc4b77fde3ce9108add11f1d76d472ed87d48930c219e35c1bc | shasum -a 256