Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS7054.
16. Opmerking verdient dat art. 1:253c lid 1 BW de tot het gezag bevoegde vader van het kind (waaronder is begrepen de man die het kind heeft erkend), die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de bevoegdheid toekent de rechter te verzoeken hem met het gezag over het kind te belasten. Inwilliging van dit verzoek heeft, indien de moeder het gezag tot dusverre uitoefende, tot gevolg dat de moeder het gezag verliest: art. 1:253e BW. Het valt in het licht van het door art. 6 lid 1 EVRM gegarandeerde recht op toegang tot de rechter niet goed in te zien waarom de vader wel kan worden ontvangen in een eenzijdig verzoek tot gezagswijziging, welk verzoek bij inwilliging tot gevolg heeft dat de moeder het gezag verliest, doch niet kan worden ontvangen in een eenzijdig verzoek dat bij inwilliging minder vèrstrekkende gevolgen heeft, namelijk dat de vader en de moeder gezamenlijk met de uitoefening van het gezag worden belast. In deze zin Rb Zwolle 9 februari 2004, LJN AO3270.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb3bcbde58779cc4b77fde3ce9108add11f1d76d472ed87d48930c219e35c1bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb3bcbde58779cc4b77fde3ce9108add11f1d76d472ed87d48930c219e35c1bc, en de alinea staat in dat document op bytes 14006 tot 15022.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb3bcbde58779cc4b77fde3ce9108add11f1d76d472ed87d48930c219e35c1bc | shasum -a 256