Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS7054.
"Artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) omvat het recht om een zaak in verband met de vaststelling van burgerlijke rechten en verplichtingen bij de rechter aanhangig te maken. Hoewel het recht tot toegang van de rechter beperkt kan worden, is er in de genoemde gevallen geen goede reden om de eis van een gezamenlijk verzoek te stellen. (...). Ook artikel 8 EVRM is hier van belang. Het toekennen van gezag aan één van de ouders als zodanig kan als een inbreuk op het gezins- en familieleven worden beschouwd. De rechter zou daarom desverzocht moeten kunnen beoordelen of er nog steeds sprake is van een rechtvaardiging voor deze inbreuk op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb3bcbde58779cc4b77fde3ce9108add11f1d76d472ed87d48930c219e35c1bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb3bcbde58779cc4b77fde3ce9108add11f1d76d472ed87d48930c219e35c1bc, en de alinea staat in dat document op bytes 15717 tot 16487.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb3bcbde58779cc4b77fde3ce9108add11f1d76d472ed87d48930c219e35c1bc | shasum -a 256