Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS7570.

10. Onbegrijpelijk kan dat oordeel naar mijn inzicht niet worden genoemd. Nu de raadsman bij het onderzoek ter terechtzitting had ervaren dat zijn herhaalde verzoek tot oproeping van de getuige [betrokkene 1] was afgewezen op de grond dat onaannemelijk was dat de getuige binnen aanvaardbare termijn zou verschijnen (blijkens het proces-verbaal van de op 8 juli 2003 gehouden terechtzitting van de Rechtbank heeft de voorzitter medegedeeld dat de getuige onvindbaar was), en voorts had meegemaakt dat het onderzoek na volledige behandeling was gesloten onder mededeling van de dag waarop vonnis zou worden gewezen, valt niet in te zien hoe de raadsman de mededeling dat 'de zaak voor onbepaalde tijd was aangehouden' zonder meer kon opvatten als een poging de getuige alsnog op te roepen. Die mededeling had bij hem verbazing moeten wekken, en hem aanleiding moeten geven nadere informatie in te winnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/667d06cd761c95aaf5a93f13248cf6dacb2d7ec4b118d593d68cfe1d27de91a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 667d06cd761c95aaf5a93f13248cf6dacb2d7ec4b118d593d68cfe1d27de91a7, en de alinea staat in dat document op bytes 14330 tot 15247.