Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS7572.
12. Ten derde valt, indien men al de redenering zou willen volgen dat bevoegde opsporingsambtenaren onrechtmatig handelen door in actie te komen naar aanleiding van een mededeling van ambtenaren die zelf onbevoegd hebben gehandeld, evenmin in te zien waarom die onrechtmatigheid in dit geval tot bewijsuitsluiting zou moeten voeren. Het is namelijk onduidelijk welk causaal verband er is tussen die onrechtmatigheid en het bewijsmateriaal dat in het licht van het tenlastegelegde relevant kan zijn. De verdachte heeft immers, na te zijn gesommeerd om voor verhoor op het bureau te verschijnen en nadat hem was medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht was, een verklaring afgelegd inhoudende dat hij ter plaatse de jacht bedreef met fretten en buidels, en dat hijzelf en zijn metgezellen netten hadden geplaatst. Voorts kon de bevoegdheid tot het jagen worden vastgesteld door middel van verklaringen van, dan wel vergunningen afgegeven door, de grondgebruikers.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52125fa5b185a43adf3a16026c6487d63ffa62be1ab2771139bfbfb99ed180c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52125fa5b185a43adf3a16026c6487d63ffa62be1ab2771139bfbfb99ed180c4, en de alinea staat in dat document op bytes 13716 tot 14699.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/52125fa5b185a43adf3a16026c6487d63ffa62be1ab2771139bfbfb99ed180c4 | shasum -a 256