Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS7592.

26. Het lijkt mij dat slechts in hoogst uitzonderlijke gevallen van de rechter gevergd mag worden dat hij zich desnoods ambtshalve nader doet voorlichten over de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte. Men kan, dunkt mij, stellen dat de enkele omstandigheid dat iemand gewelddadig gedrag vertoont (of zich aan andermans zaken vergrijpt) op een zekere mate van - misschien tijdelijke - psychische abnormaliteit wijst. De doorsnee figuur respecteert onder beheersbare omstandigheden andermans lijf, eerbaarheid of goed. Bij gedrag waardoor anderen worden gekrenkt of benadeeld hebben de normale, in verstand en gevoel ingebedde, correctiemechanismen duidelijk niet gewerkt. Dat kan evenwel geen aanleiding zijn om iedere verdachte van zulke strafbare feiten op ontoerekeningsvatbaarheid te gaan onderzoeken. Zulk onderzoek is pas geboden indien reeds ernstig te nemen aanwijzingen bestaan dat de geestvermogens van de verdachte zó verstoord of inadequaat waren dat het zeer de vraag is of hem ter zake van het feit enig strafrechtelijk verwijt valt te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56de5366fb277e9ade83e6bd33dcb09b1fb94ebec24e99f713521282da9d8a3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56de5366fb277e9ade83e6bd33dcb09b1fb94ebec24e99f713521282da9d8a3a, en de alinea staat in dat document op bytes 21024 tot 22097.