Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8388.
Bij de totstandkoming van de voorloper van art. 7:681 BW, art. 1639s BW, stond de wetgever voor ogen dat een opzegging als kennelijk onredelijk kon worden aangemerkt indien de opzegging voor een ieder kenbaar, duidelijk onredelijk is. (Aldus Minister Donker Handelingen I 15 december 1953, p. 2063. Zie voorts: de losbladige editie Arbeidsovereenkomst, (Luttmer-Kat), aant. 3 bij art. 7:681 BW; Van den Heuvel, De redelijkheidstoetsing van ontslagen, Deventer 1983, p. 52-56). Van het stellen van een wettelijke definitie van het begrip kennelijk onredelijk werd afgezien om de rechter dienaangaande "een grote mate van vrijheid van beoordeling" te laten (Kamerstukken II, 1947-1948, 881, nr. 3, p. 2, laatste alinea; aangehaald in HR 29 januari 1999, NJ 1999, 323). Zoals ook tot uitdrukking is gebracht in de redactie van art. 7:681 BW (en van zijn voorloper) dient de rechter een marginale en geen volledige redelijkheidstoetsing toe te passen. De rechter dient wel steeds volledig te toetsen of zich de voor de opzegging aangevoerde omstandigheden voordoen. (Zie de losbladige editie Arbeidsovereenkomst (Luttmer-Kat), aant. 3 bij art. 7:681 BW.) Bij zijn beoordeling moet de rechter alle aangevoerde en juist bevonden omstandigheden tezamen en in onderling verband beschouwd in aanmerking nemen (HR 27 februari 1998, NJ 1998, 765).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ba043b2429763b865ac6a0584454f751e7d799f4a1ec905f108bd9436fbbe70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ba043b2429763b865ac6a0584454f751e7d799f4a1ec905f108bd9436fbbe70, en de alinea staat in dat document op bytes 16439 tot 17788.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ba043b2429763b865ac6a0584454f751e7d799f4a1ec905f108bd9436fbbe70 | shasum -a 256