Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8388.

Het ligt voor de hand de vraag of de opzegging kennelijk onredelijk in de eerste plaats te beantwoorden naar de omstandigheden zoals deze zich op het tijdstip van de opzegging/het ontslag voordoen; ook de omstandigheden die zich in de periode tot aan het tijdstip van de ingang van het ontslag voordoen wegen mee nu mogelijk is dat de situatie bij het ingaan van het ontslag zodanig is gewijzigd dat op dat moment de beëindiging kennelijk onredelijk is geworden of juist niet langer kennelijk onredelijk is. (Zie HR 20 maart 1987, NJ 1988, 17 waarin het ging om de vraag of de opzegging was geschied onder opgave van een "valse reden" als genoemd in art. 7:681 lid 2 aanhef en onder a BW). De vraag of de opzegging kennelijk onredelijk is omdat de gevolgen voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met de belangen van de werkgever, dient aldus te worden beantwoord naar de omstandigheden zoals deze zich niet later dan op het tijdstip van ingang van het ontslag voordeden. Nadien ingetreden omstandigheden kunnen in aanmerking worden genomen voorzover zij aanwijzingen opleveren voor wat niet later dan op voormeld tijdstip kon worden verwacht. (Zie HR 3 maart 1995, NJ 1995, 451; HR 17 oktober 1997, NJ 1999, 266 m.nt. PAS; HR 13 april 2001, NJ 2001, 408).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ba043b2429763b865ac6a0584454f751e7d799f4a1ec905f108bd9436fbbe70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ba043b2429763b865ac6a0584454f751e7d799f4a1ec905f108bd9436fbbe70, en de alinea staat in dat document op bytes 18269 tot 19549.