Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8388.

26. Subonderdeel 3.6 bouwt voort op de vooropstelling in de subonderdelen 3.3 en 3.4 dat in beginsel de situatie ten tijde van de opzegging bepalend is bij de beoordeling van de kennelijke onredelijkheid van het ontslag doch dat omstandigheden die zich voordoen ná dat moment een rol kunnen spelen, zoals ook het hof heeft onderkend met zijn overweging dat "in beginsel" de situatie ten tijde van de opzegging beslissend is. Het subonderdeel klaagt dat het hof heeft miskend dat de schending van de reïntegratieverplichting geen ná de opzegging gelegen omstandigheid is aangezien de beslissing van de Stichting om die reïntegratie niet voort te zetten samenhing met de beslissing tot opzegging en voorts dat het hof heeft miskend dat schending van reïntegratieverplichtingen naar haar aard een omstandigheid is die zich bij uitstek leent om als een belangwekkende omstandigheid betrokken te worden bij de beantwoording van de vraag of het ontslag kennelijk onredelijk is en die zich voor kan doen tussen het moment van de opzegging en de effectuering van die opzegging. Subonderdeel 3.7 klaagt dat dit temeer klemt aangezien zonder nadere motivering onbegrijpelijk is dat het hof het ontslag niet kennelijk onredelijk achtte nu het hof tevens had vastgesteld dat de Stichting haar reïntegratieplicht heeft geschonden door de reïntegratie van [eiseres] voortijdig te beëindigen; het subonderdeel klaagt dat 's hofs overweging dat het de Stichting niet vrijstond de reïntegratie stop te zetten volledig "in de lucht [komt] te hangen" nu het hof deze omstandigheid niet in zijn beoordeling heeft betrokken. Subonderdeel 3.8 klaagt wederom dat het hof ten onrechte de gebeurtenissen vanaf de opzegging, in casu het verzuim van de Stichting de reïntegratie-inspanningen voort te zetten, heeft uitgesloten van de beoordeling van de vraag of de opzegging kennelijk onredelijk was, in welk verband het subonderdeel voorts nog klaagt dat het hof ten onrechte daarbij de niet nader gemotiveerde veronderstelling heeft betrokken dat niet aannemelijk is geworden dat de situatie ten tijde van de ingang van het ontslag door het staken van de reïntegratie anders zou zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ba043b2429763b865ac6a0584454f751e7d799f4a1ec905f108bd9436fbbe70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ba043b2429763b865ac6a0584454f751e7d799f4a1ec905f108bd9436fbbe70, en de alinea staat in dat document op bytes 39015 tot 41206.