Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8388.
27. Deze klachten falen, wat er zij van 's hofs overweging dat de desbetreffende omstandigheid na de ontslagaanzegging speelt. Het hof heeft aan zijn overweging dat de desbetreffende omstandigheid na de ontslagaanzegging speelt, de overweging toegevoegd dat niet aannemelijk is geworden dat de situatie bij het ingaan van het ontslag anders zou zijn geweest indien de Stichting haar reïntegratieverplichtingen wel zou zijn nagekomen. Met deze laatste overweging heeft het hof kennelijk willen aangeven dat niet aannemelijk is geworden dat [eiseres] meer dan twee lesuren per week pianoles had kunnen geven ingeval de Stichting haar reïntegratieverplichting zou zijn nagekomen, een overweging die geen nadere motivering behoefde nu [eiseres] zich in dit geding steeds op het standpunt heeft gesteld dat het ontslag kennelijk onredelijk was voorzover dit inhield dat zij niet langer twee lesuren per week pianoles mocht geven. Uit bedoelde overweging blijkt ook dat het hof de schending van de rentegratieverplichting wél heeft meegewogen maar dat het hof deze schending in dit geval - gezien de wederzijdse belangen en overige omstandigheden van het geval, waaronder met name deze dat niet aannemelijk is geworden dat de situatie bij het ingaan van het ontslag anders zou zijn geweest indien de Stichting haar reïntegratieverplichtingen wel zou zijn nagekomen - niet van groot belang heeft geacht; het hof heeft bij de belangenafweging in het kader van de beoordeling van het ontslag op kennelijke onredelijkheid doorslaggevend geoordeeld dat de door [eiseres] gevorderde korte aanstelling niet past in het beleid van de Stichting ook ingeval [eiseres] tot het geven van die twee lesuren in staat zou zijn. In zoverre missen de klachten feitelijke grondslag. 's Hofs oordeel is niet onbegrijpelijk en voor het overige als verweven met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet op juistheid te toetsen. Voorzover subonderdeel 3.6 ervan uitgaat dat de enkele schending van de reïntegratieverplichting van de werkgever tot de conclusie zou moeten leiden dat het gegeven ontslag kennelijk onredelijk is, miskent het dat de beoordeling of een gegeven ontslag kennelijk onredelijk is dient te geschieden aan de hand van alle omstandigheden van het geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ba043b2429763b865ac6a0584454f751e7d799f4a1ec905f108bd9436fbbe70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ba043b2429763b865ac6a0584454f751e7d799f4a1ec905f108bd9436fbbe70, en de alinea staat in dat document op bytes 41226 tot 43500.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ba043b2429763b865ac6a0584454f751e7d799f4a1ec905f108bd9436fbbe70 | shasum -a 256