Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8455.
4.3.1 Tussen partijen staat vast dat er bij [verweerder] kort na de operatie sprake was van een visusvermindering, dat aan de echtgenote van [verweerder] op 8 april 1993 telefonisch door de verpleging vragen zijn gesteld omtrent het gezichtsvermogen van [verweerder], dat de oogarts van [verweerder], [betrokkene 4], deze echtgenote heeft teruggebeld met de mededeling dat diezelfde dag een MRI zou worden gemaakt om de mogelijke oorzaak te onderzoeken; dat die middag aan [verweerder] is medegedeeld dat er vermoedelijk sprake was van een bloeding, dat hij diezelfde dag nog opnieuw zou worden geopereerd en later dat de operatie niet doorging omdat er achteraf gezien geen sprake was van een bloeding (brief van [eiseres] d.d. 17 augustus 1998 aan MediRisk, overgelegd bij cvr). Op grond van deze feiten en omstandigheden, in onderling verband beschouwd, komt het hof tot de slotsom dat voorshands, dit wil zeggen behoudens tegenbewijs, moet worden aangenomen dat [verweerder] kort na 8 april 1993 bekend was met de schade en de aansprakelijke persoon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fdabd41f62265738125818f1572818256e2bd84dfdbc6d957fd339b1430c1cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fdabd41f62265738125818f1572818256e2bd84dfdbc6d957fd339b1430c1cb, en de alinea staat in dat document op bytes 12346 tot 13413.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8fdabd41f62265738125818f1572818256e2bd84dfdbc6d957fd339b1430c1cb | shasum -a 256