Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8455.
10) Het hof heeft [eiseres]s stelling dat [verweerder] eerst in de loop van 1998 bekend is geworden met de oorzaak van zijn visusvermindering en de daarvoor aansprakelijke persoon, niet aanvaard. Het heeft daarentegen geoordeeld dat voorshands moet worden aangenomen dat [verweerder] kort na 8 april 1993 bekend was met de schade en de aansprakelijke persoon. Het hof heeft dit oordeel gebaseerd op een aantal tussen partijen vaststaande feiten en omstandigheden, die het in r.o. 4.3.1 heeft opgesomd. Blijkens de afsluitende zinsnede 'op grond van deze feiten en omstandigheden, in onderling verband beschouwd, komt het hof tot de slotsom...' heeft het deze omstandigheden (en geen andere) tot grondslag van zijn oordeel genomen. Deze r.o. 4.3.1 is geciteerd in nr. 4 hiervóór.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fdabd41f62265738125818f1572818256e2bd84dfdbc6d957fd339b1430c1cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fdabd41f62265738125818f1572818256e2bd84dfdbc6d957fd339b1430c1cb, en de alinea staat in dat document op bytes 22417 tot 23210.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8fdabd41f62265738125818f1572818256e2bd84dfdbc6d957fd339b1430c1cb | shasum -a 256