Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8465.

3.3 Uit de bewijsmiddelen volgt dat de eerste passage voorkomt in een fax van verdachte van 24 december 1998, gericht en verzonden aan [betrokkene 3], confectiecentrum Amsterdam en in een fax van 18 oktober 1999, gericht aan [betrokkene 1].(2) De tweede passage komt voor in een fax van verdachte van 20 oktober 1999 gericht aan [A-makelaars] en in een fax van 18 oktober 1999, gericht aan [betrokkene 1]. De derde, vierde en vijfde passage komen voor in de brief van verdachte van 4 januari 2000, gericht aan het Hoofd van de politie Kennemerland, de Hoofdofficier van Justitie te Haarlem en de Deken van de Orde van Advocaten te Haarlem.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae2f9bca72b417acfe83f113fa68441435cc02de2ef0d1aaf9a5c69006d30091. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae2f9bca72b417acfe83f113fa68441435cc02de2ef0d1aaf9a5c69006d30091, en de alinea staat in dat document op bytes 6971 tot 7623.