Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8465.
3.9 De vraag is wat onder "in het openbaar" moet worden verstaan. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het bestanddeel "in het openbaar" dezelfde betekenis heeft als het gelijkluidende bestanddeel van het delict opruiing. Bij de parlementaire behandeling van art. 266 Sr wordt namelijk verwezen naar art. 131 Sr.(4) De regering zocht het criterium van de openbaarheid niet zozeer in de plaats waar het feit bedreven was als wel in de omstandigheid dat het feit tot het publiek gericht is.(5) Het bestanddeel "in het openbaar" in art. 131 Sr en art. 266 Sr houdt dus in dat het kenmerk van publiciteit moet bestaan. De opruiing of belediging hoeft niet op een openbare plek te hebben plaatsgevonden. Volgens NLR aant. 4 op art. 131 Sr wordt door middel van geschriften, aan een bepaalde persoon gericht en niet voor het publiek bestemd, niet in het openbaar gehandeld, al kunnen enkele andere personen dan de geadresseerde er kennis van nemen, zoals briefkaarten of telegrammen die onder de ogen komen van ambtenaren en huisgenoten. Tot slot stelt mijn ambtgenoot Fokkens in NLR aant. 4 op art. 131 Sr de vraag aan de orde of in het openbaar opgeruid kan worden door middel van het heimelijk verspreiden van opruiende geschriften. Deze vraag beantwoordt hij bevestigend:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae2f9bca72b417acfe83f113fa68441435cc02de2ef0d1aaf9a5c69006d30091. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae2f9bca72b417acfe83f113fa68441435cc02de2ef0d1aaf9a5c69006d30091, en de alinea staat in dat document op bytes 10324 tot 11604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae2f9bca72b417acfe83f113fa68441435cc02de2ef0d1aaf9a5c69006d30091 | shasum -a 256