Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8465.
Voorts is HR 29 mei 2001, NJ 2001, 694 relevant. Verdachte had beledigende uitlatingen gedaan tijdens een toespraak op een vergadering van CP'86 in een partycentrum. Bij die bijeenkomst waren journalisten aanwezig. De vraag was of aldus bij verdachte voorwaardelijk opzet bestond op het in het openbaar doen van zijn uitlatingen. De Hoge Raad oordeelde dat uit de verklaring van verdachte dat hij op het moment dat hij in het partycentrum arriveerde enkele journalisten herkende, kon worden afgeleid dat in ieder geval vanaf dat moment tenminste het voorwaardelijk opzet aanwezig was in die zin dat hij nadien bij het toespreken van die vergadering - ook al zou deze op zichzelf niet voor een ieder toegankelijk zijn - zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat uitlatingen van hem zouden worden gepubliceerd en ter kennis van het publiek zouden komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae2f9bca72b417acfe83f113fa68441435cc02de2ef0d1aaf9a5c69006d30091. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae2f9bca72b417acfe83f113fa68441435cc02de2ef0d1aaf9a5c69006d30091, en de alinea staat in dat document op bytes 17201 tot 18095.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae2f9bca72b417acfe83f113fa68441435cc02de2ef0d1aaf9a5c69006d30091 | shasum -a 256