Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8469.
3.2. Het middel doelt hier, blijkens de verwijzing naar HR 18 oktober 1988, NJ 1989, 511, naar rechtspraak van de Hoge Raad, waarin deze heeft beslist dat er ook van noodweerexces sprake kan zijn als verdachte heeft gereageerd op een voorafgegane aanranding, zonder dat verdachte zich ten tijde van de aanranding daartegen heeft verweerd. Deze gevallen worden er door gekenmerkt dat de 'verdediging' pas begint als de aanranding is afgelopen. De noodzaak tot verdediging kan dan wel niet meer bestaan maar niettemin kan het geweld, door verdachte uitgeoefend dan toch nog het onmiddellijk gevolg zijn van een hevige gemoedsbeweging, door de daaraan voorafgegane wederrechtelijke aanranding veroorzaakt. Verdediging is dan in ieder geval noodzakelijk geweest, zij het niet toegepast.(1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a975e6ce068307102ae7f58304bb2260e0420415095a6c5d1bcffed0c61a871. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a975e6ce068307102ae7f58304bb2260e0420415095a6c5d1bcffed0c61a871, en de alinea staat in dat document op bytes 9100 tot 9899.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a975e6ce068307102ae7f58304bb2260e0420415095a6c5d1bcffed0c61a871 | shasum -a 256