Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8469.
De tardieve variant komt, zoals gezegd, weinig voor in de rechtspraak. Gewezen kan nog worden op HR 18 december 1992, NJ 1993, 322, waarin een beroep op noodweerexces volgens de Hoge Raad ontoereikend gemotiveerd was verworpen in een geval waarin verdachte direct had gereageerd op een eerdere, kennelijk reeds beëindigde aanranding. Als ik het goed zie stelt de Hoge Raad strenge eisen aan het verband tussen de voorafgegane aanranding en de daaropvolgende reactie van verdachte. Zo zal noodweerexces niet aan de orde komen als de oorspronkelijke aanrander na het toedienen van de slag is weggelopen en door verdachte is nagelopen en ingehaald, waarna verdachte zelf geweld heeft uitgeoefend.(3) Een beroep op noodweerexces zal evenmin opgaan als verdachte het bewezenverklaarde feit heeft begaan toen hijzelf het handgemeen zocht, ook al is daaraan een wederrechtelijke aanranding door de ander voorafgegaan.(4)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a975e6ce068307102ae7f58304bb2260e0420415095a6c5d1bcffed0c61a871. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a975e6ce068307102ae7f58304bb2260e0420415095a6c5d1bcffed0c61a871, en de alinea staat in dat document op bytes 11812 tot 12739.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a975e6ce068307102ae7f58304bb2260e0420415095a6c5d1bcffed0c61a871 | shasum -a 256