Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005

Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8484.

27. Doch ook het bezwaar ligt voor de hand. Bij de aangiftebelasting is het achterwege laten van de aangifte praktisch gesproken voorwaarde om (zonder onmiddellijk door de mand te vallen) niet of te weinig te betalen. Het één is zó nauw met het ander verbonden dat de geijkte strafrechtelijke benadering (gelijktijdige gedragingen, wezenlijke samenhang in handelen en schuld) spoedig tot het aannemen van eendaadse samenloop dwingt, terwijl er ook voor een specialiteitsverhouding veel te zeggen is. Dat geldt a fortiori voor het niet (tijdig) doen van aangifte, krachtens art. 67a AWR of art. 67b AWR een bestuurlijk te bestraffen overtreding, maar krachtens art. 69, eerste lid, AWR als misdrijf te vervolgen indien er sprake is van (voorwaardelijk) opzet. Dan cumuleren dus sancties die worden opgelegd wegens één feitelijke gedraging die door de inwerking van het subjectieve bestanddeel als twee verschillende feiten mag worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/696ad02606c495d5661067ab237031879f2273458958e12fcb6c84f3aecda4a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 696ad02606c495d5661067ab237031879f2273458958e12fcb6c84f3aecda4a4, en de alinea staat in dat document op bytes 26611 tot 27573.