Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8484.

28. Vanuit traditioneel strafrechtelijk perspectief bezien lijkt dat bedenkelijk, maar hier moet niet uit het oog worden verloren dat er tussen de art. 67a / 67b AWR en art. 69 AWR nòg een verschil bestaat. De in art. 69 AWR strafbaar gestelde feiten onderscheiden zich ook door het 'strekkingsvereiste': de gedraging moet naar objectieve maatstaven geëigend zijn om de belastingheffing te schaden. Bij de verzuimboetes gaat het niet om zulke aan de gedraging inherente mogelijkheid van ontduiking; die boetes strekken er toe in te scherpen dat de belastingheffing is gebaseerd op de medewerking en goede trouw van de aangifte-, belasting-, inhoudings- of betalingsplichtige, en dat diens gebrek aan zorgvuldigheid de Belastingdienst nodeloos werk bezorgt (waarmee, toegegeven, de effectiviteit van de heffing uiteindelijk wel in gevaar kan komen). Verzuimboetes reageren op een ander negatief gevolg dan de vergrijpboetes en de strafbaarstellingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/696ad02606c495d5661067ab237031879f2273458958e12fcb6c84f3aecda4a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 696ad02606c495d5661067ab237031879f2273458958e12fcb6c84f3aecda4a4, en de alinea staat in dat document op bytes 27593 tot 28558.