Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8484.
29. Intussen is het zó gesteld dat de wetgever een bepaling heeft vastgesteld die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Art. 69a AWR houdt ondubbelzinnig in dat het vervolgingsrecht niet vervalt door het opleggen van een verzuimboete. Het middel is derhalve een uitnodiging om een duidelijke wettelijke bepaling ter zijde te stellen. Dat gaat de rechtsvormende taak van de rechter te buiten. Die kan naar Nederlands recht slechts onderzoeken of (de toepassing van) een wettelijke bepaling strijdig is met een verbindende verdragsbepaling als bedoeld in art. 94 Gr.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/696ad02606c495d5661067ab237031879f2273458958e12fcb6c84f3aecda4a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 696ad02606c495d5661067ab237031879f2273458958e12fcb6c84f3aecda4a4, en de alinea staat in dat document op bytes 28578 tot 29162.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/696ad02606c495d5661067ab237031879f2273458958e12fcb6c84f3aecda4a4 | shasum -a 256