Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8484.
Het Hof kon slechts onderzoeken of de toepassing van bedoelde wettelijke bepalingen, waaronder art. 69a AWR, in strijd komt met verbindende verdragsbepalingen. Als zodanige bepalingen komen slechts art. 6 EVRM en art. 4 Zevende Protocol bij dat Verdrag in aanmerking. Blijkens de hierboven genoemde uitspraken van het EHRM is het Nederlandse stelsel van fiscaal-bestuurlijke boeten en strafbaarstellingen, met inbegrip van de omstandigheid dat in een aantal gevallen na de toepassing van een bestuurlijke boete strafvervolging mogelijk blijft, niet in strijd met het verbod van dubbele vervolging, gesteld in art. 4, eerste lid, Zevende Protocol bij het EVRM, en evenmin in strijd met een eerlijk proces, gewaarborgd in art. 6 EVRM. In deze verdragsbepalingen had het Hof derhalve geen grond kunnen vinden om het Openbaar Ministerie in deze vervolging (gedeeltelijk) niet-ontvankelijk te verklaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/696ad02606c495d5661067ab237031879f2273458958e12fcb6c84f3aecda4a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 696ad02606c495d5661067ab237031879f2273458958e12fcb6c84f3aecda4a4, en de alinea staat in dat document op bytes 45163 tot 46075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/696ad02606c495d5661067ab237031879f2273458958e12fcb6c84f3aecda4a4 | shasum -a 256