Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8913.

4.27 Dit lijkt een wat voorbarige conclusie. Bij de beoordeling van de vordering moet van de beslissing in de uitvoerbaar bij voorraad te verklaren uitspraak en de aan die beslissing ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen worden uitgegaan(29). Het hof wil eerst nog onderzocht hebben of de situaties van de genoemde elf polishouders voldoende representatief zijn voor de gehele groep van polishouders die aanspraak kunnen maken op schadevergoeding en zo nee, of het vanuit een oogpunt van proceseconomie niet de voorkeur zou verdienen deskundigen op te dragen zich tevens over andere voldoende representatieve gevallen uit te laten (rov. 9.10). De door het hof gewenste duidelijkheid zal, gezien de omvang van de zaak, de nodige tijd kosten, zeker als zal blijken dat een eventueel deskundigenonderzoek nodig zal zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf, en de alinea staat in dat document op bytes 41386 tot 42229.