Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005

Alinea 114 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8913.

Bij uitvoerbaarverklaring bij voorraad als beslissing op een incidentele vordering bij de hogere rechter (art. 234 Rv.) wordt een belangenafweging vereist van een rechter die op dat moment nog niet de hoofdzaak beoordeelt, maar die de hoofdzaak uiteindelijk wel beslist. Bij de incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring van een tussenvonnis zoals de onderhavige zijn daarentegen zowel de lagere als de hogere rechter bij de lopende hoofdzaak betrokken. De hogere rechter dient dan te waken voor het voor de voeten lopen van de lagere rechter. Slechts indien de hoofdzaak gesplitst kan worden in duidelijk van elkaar te onderscheiden en niet met elkaar samenhangende beslispunten, is dit gevaar minder groot of zelfs afwezig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf, en de alinea staat in dat document op bytes 44539 tot 45282.