Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8913.

3.6 Met betrekking tot de door de Verzekeringskamer te maken kosten is de Stichting van mening dat deze relatief beperkt zullen zijn, mede gelet op haar aanzienlijke draagkracht, en dat de kans dat de kosten tevergeefs worden gemaakt niet aanwezig is als de Hoge Raad het arrest van het hof bevestigt, terwijl bij vernietiging schadevaststelling bij het hof zin heeft gehad indien na verwijzing een ander hof tot aansprakelijkheid voor de schade van de polishouders komt. Tot slot doet de Stichting aan de Verzekeringskamer de toezegging dat zij het hof Den Haag zal vragen, totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan op de cassatieberoepen van verweerders, uitsluitend de gevorderde schade vast te stellen, maar verweerders nog niet tot vergoeding van die schade te veroordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf, en de alinea staat in dat document op bytes 19124 tot 19917.