Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005
Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8913.
"O. dat het doen houden van een bij een interlocutoir vonnis gelast getuigenverhoor inderdaad is te beschouwen als de tenuitvoerlegging daarvan, ook al heeft men hier niet te doen met gerechtelijke tenuitvoerlegging - de "exécution forceé" van het Fransche recht, - maar met de zoogenaamde "exécution par suite d'instance"; dat deze laatste vorm van tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in den C. de P.C. wel meer op den voorgrond trad dan in het Wetb. v. B. Rechtsv. -(...)-, maar dat toch ook in het Tweede Boek van laatstgenoemd Wetboek (...) een tweetal gevallen van exécution par suite d'instance worden behandeld, zoodat er geene aanleiding bestaat om aan te nemen, dat in tegenstelling met het vroeger hier te lande gegolden hebbende Fransche recht de artikelen 52, 54, 315 en 350 (...) niet beide wijzen van tenuitvoerlegging zouden betreffen, (...);
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf, en de alinea staat in dat document op bytes 25481 tot 26367.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf | shasum -a 256