Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8913.
Verheijen(12) heeft het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 1924 bestreden op de grond dat daarin wordt uitgegaan van het begrip tenuitvoerlegging in plaats van de uitlegging van het woord vonnis en dat indien wordt uitgegaan van uitlegging van het begrip vonnis wetshistorische, processuele en praktische argumenten zich ertegen verzetten dat ook interlocutoire vonnissen uitvoerbaar bij voorraad kunnen worden verklaard. Onder de wetshistorische en processuele argumenten begrijpt Verheijen het verband tussen art. 52 en 53 Rv. oud over voorlopige tenuitvoerlegging en art. 337 lid 2 Rv. oud, dat bij de Lex Hartogh werd geïntroduceerd, betreffende de mogelijkheid om te bepalen dat niet dan tegelijk met het eindvonnis van een tussenvonnis kan worden geappelleerd. De ongeclausuleerde redactie van art. 337 lid 2, dat het principe van de continuïteit van de instantie dient, verstaat zich niet met de opvatting dat art. 52 Rv. oud ook voor interlocutoire vonnissen geldt, aldus Verheijen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf, en de alinea staat in dat document op bytes 28043 tot 29059.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf | shasum -a 256