Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8913.

4.10 In zijn proefschrift is Ras(16) ingegaan op het wetshistorisch argument van Verheijen. Hij acht dit niet sterk en is van mening dat de wetsgeschiedenis geen uitsluitsel biedt. Anders dan Verheijen acht Ras de bevoegdheid van art. 337 lid 2 Rv. oud en de verplichting respectievelijk de bevoegdheid van de art. 52 en 53 Rv. oud naast elkaar bestaanbaar, waarbij hij uitvoerbaarverklaring bij voorraad ziet als het mindere van het uitsluiten van tussentijds appel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf, en de alinea staat in dat document op bytes 30211 tot 30691.