Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005

Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS8913.

4.14 Ik zie in het bovenstaande geen aanleiding voor de Hoge Raad om terug te komen op zijn arrest van 1924, waarin de uitvoerbaarheid bij voorraad van een tussenuitspraak mogelijk werd geacht. De door Verheijen geschetste geschiedenis van art. 337 lid 2, die ik met Ras geen uitsluitsel vind bieden, is reeds door de Hoge Raad in zijn overwegingen van destijds betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e08c94832b4238d630f5ecf93c7cb6314ba654fe026d5f5b1fd7621f56b403bf, en de alinea staat in dat document op bytes 32740 tot 33125.